Fiscaliteit & Looptijd
De fiscale behandeling van de eigen woning, renteaftrek en box-indeling is afhankelijk van persoonlijke omstandigheden en actuele belastingwetgeving. Interpretatie en toepassing vinden plaats door de Belastingdienst. Aan deze informatie kunnen geen bindende fiscale rechten worden ontleend.
Box 1 vs Box 3 – wat is het verschil?
Box 1 (eigen woning)
Een woning valt in box 1 wanneer deze je hoofdverblijf is. De hypotheek die is aangegaan voor aankoop, verbetering of onderhoud van deze woning kwalificeert als eigenwoningschuld.
Voorwaarden voor renteaftrek:
- De lening moet zijn gebruikt voor de eigen woning.
- Nieuwe leningdelen (vanaf 1 januari 2013) moeten annuïtair of lineair worden afgelost in maximaal 30 jaar.
- De lening moet administratief correct zijn vastgelegd.
Voorbeeld box 1:
- Eigen woning
- Hypotheek € 350.000
- Rente 4% → € 14.000 rente per jaar
Deze rente is, mits voldaan aan alle voorwaarden, aftrekbaar in box 1 tegen het geldende aftrektarief.
Box 3 (vermogen)
Een woning valt in box 3 wanneer deze niet je hoofdverblijf is, bijvoorbeeld een tweede woning of vakantiewoning.
Kenmerken box 3:
- De woning en bijbehorende schuld vallen in box 3.
- De rente is niet aftrekbaar.
- Je betaalt vermogensrendementsheffing over het saldo van bezittingen minus schulden volgens de geldende box 3-systematiek.
Voorbeeld box 3:
- Tweede woning
- Hypotheek € 200.000
- Rente 4% → € 8.000 per jaar
Deze rente is niet aftrekbaar; de woning en schuld worden meegenomen in de berekening van het box 3-vermogen.
De 30-jaarsregel voor renteaftrek
Voor elk leningdeel geldt een maximale periode van 30 jaar waarin renteaftrek mogelijk is.
Belangrijk:
- De 30-jaarsperiode start op het moment van aangaan van dat specifieke leningdeel.
- Bij verhuizing blijft de resterende aftrekduur gelden voor dat leningdeel. Het leningdeel mag dus niet worden verlengd, op straffe van verlies van renteaftrek.
- Bij verhoging ontstaat een nieuw leningdeel met een eigen 30-jaarsperiode.
Voorbeeld: Leningdeel afgesloten in 2015 → renteaftrek loopt tot 2045.
Verhuis je in 2035 met een resterende schuld?
Dan resteert nog 10 jaar renteaftrek voor dat leningdeel.
Na afloop van de 30-jaarsperiode:
- De lening kan blijven bestaan.
- De rente is niet langer aftrekbaar in box 1.
- De netto maandlast stijgt doordat het fiscale voordeel vervalt.
Overgangsrecht hypotheken van vóór 2013
Voor hypotheken die zijn afgesloten vóór 1 januari 2013 geldt overgangsrecht.
Dit betekent:
- Ook aflossingsvrije leningdelen kunnen renteaftrek behouden.
- Er geldt geen verplichte annuïtaire of lineaire aflossing voor het bestaande leningdeel.
- De maximale renteaftrek blijft beperkt tot 30 jaar vanaf het oorspronkelijke startmoment.
Voorbeeld: Hypotheek afgesloten in 2010, deels aflossingsvrij.
Dit aflossingsvrije deel behoudt renteaftrek binnen de oorspronkelijke 30-jaarsperiode (tot 2040), mits het leningdeel niet wezenlijk wordt gewijzigd.
Wat wordt gezien als een wezenlijke wijziging?
- Het verhogen van het leningdeel.
- Het omzetten naar een nieuw leningdeel met andere voorwaarden.
- Het fiscaal herstructureren van de lening.
In dat geval kan voor het gewijzigde deel de nieuwe fiscale wetgeving van toepassing worden.
Einde renteaftrek: wat betekent dit concreet?
Wanneer de 30-jaarsperiode is verstreken, blijft de hypotheek bestaan maar vervalt de renteaftrek.
Voorbeeld: - Hypotheek € 250.000 - Rente 4% → € 10.000 rente per jaar - Belastingvoordeel 36% → € 3.600 fiscaal voordeel
Na afloop van de aftrekperiode stijgt de netto last met € 3.600 per jaar.
Dit kan met name bij pensionering invloed hebben op de betaalbaarheid.